De iPhone luistert mee (of toch niet?)
Door Donald Esser.
Ik heb een iPhone. Maar het had net zo goed een Samsung kunnen zijn. Dat is op zich geen misdaad, al moet ik toegeven dat ik me soms meer een gijzelaar voel dan een gebruiker. Want hoe betrouwbaar is dat ding eigenlijk? Het is allang geen handzaam apparaat meer voor alleen belcontact, sms’en of Whatsappen. Het is onze digitale Bijbel met vele tientallen onmisbare apps, betaalmogelijkheden, Teletekst, Safari, FaceTime, Flight Tracker, de App Store en duizenden opgeslagen waardevolle foto’s.
Laatst zocht ik op internet naar nieuwe schoenen. Gewoon even kijken, niets gekocht. Binnen twintig seconden werd ik digitaal doodgegooid met advertenties. Een tsunami van zooltjes, hakken, veters, loopschoenen, anti-blaren-sokken… Je zou bijna denken dat Apple mijn gedachten heeft gehackt. Of mij heeft afgeluisterd.
Maar het werd pas echt eng toen ik inderdaad merkte, dat mijn iPhone ook meeluistert. Althans… het lijkt zo. Ik had ’m gewoon aanstaan; zoals iedereen, want niemand heeft tegenwoordig nog de reflex om dat ding uit te zetten. En tijdens een gesprek op de bank vertelde ik tegen mijn vrouw, dat de stofzuiger een raar geluid maakte. Je raadt het: nog geen uur later stond mijn hele scherm vol met aanbiedingen voor nieuwe stofzuigers. En robotstofzuigers. En mensen die blijkbaar professioneel stofzuigen. Ik wist niet eens dat dat bestond.
Nu zegt Apple dat ze niet meeluisteren. Meta zegt hetzelfde. Google ook. Maar ja, diezelfde bedrijven zeggen ook dat ze je privacy ‘centraal stellen’. En dat klinkt dan weer ongeveer even geloofwaardig als een politicus, die beweert dat hij vooral in de Kamer zit om de burger te helpen. Privacy centraal, laat me niet lachen. Zodra ik van mijn huis in Vinkeveen naar de redactie in Aalsmeer rijdt, word ik over een afstand van 25 kilometer al tientallen malen gespot. Hoezo privacy, hoezo AVG?
Maar even terug. Dus daar zit je dan: met je vrouw rustig een gesprek te voeren over – na het stofzuigerverhaal – het kapotte koffiezetapparaat en voor je het weet staat er een advertentie op Facebook of Instagram voor een titanium, AI-gestuurd apparaat dat je koffie al zet voordat je wakker bent. Handig? Misschien. Griezelig? Absoluut.
En toch blijf ik dat ding gebruiken. Want zonder iPhone – of Samsung – ben je tegenwoordig een soort digitale grotbewoner. De wereld verwacht dat je bereikbaar bent, vindbaar, meetbaar, analyseerbaar. En eerlijk is eerlijk: zo’n telefoon is soms ook gewoon bést handig.
Maar het blijft knagen. Want telkens als ik in familiare kringen iets hardop zeg: ‘Ik moet echt nieuwe sokken kopen’, ‘Ik wil weer eens naar de kapper’, ‘Waarom is mijn belastingaanslag zo hoog?’ kijk ik toch even achterdochtig naar dat zwarte glimmende afluister-apparaat in mijn hand. Of ik word afgeluisterd? Ik weet het niet. Maar mocht er morgen op mijn iPhone een advertentie verschijnen met het aanbod voor een cursus ‘Stop met paranoïde zijn’, dan weet ik zeker hoe laat het is.

