De troonrede van de gewone mens
Door Donald Esser.
Daar zaten we weer. Netjes aangekleed, gouden koets in beeld, koninklijke hoedjes op de eerste rij en ondertussen luisterend naar de woorden van koning Willem-Alexander. De Troonrede. Het jaarlijkse moment waarop Nederland even heel ernstig kijkt en de woorden ‘samen’, ‘uitdagingen’ en ‘toekomst’ opvallend vaak voorbijkomen. Ik heb altijd bewondering gehad voor mensen die een heleboel kunnen zeggen zonder daadwerkelijk te vertellen wat er morgen anders wordt.
Terwijl in Den Haag de Troonrede werd voorgelezen, zaten in gemeenten De Ronde Venen en Uithoorn waarschijnlijk heel andere zaken aan de keukentafel. De energierekening. De boodschappen. De hypotheek. De huur. De wachttijd voor een woning. De vraag hoe de kinderen straks überhaupt een huis kunnen betalen. En misschien ook de vraag waarom een busrit tegenwoordig bijna een kleine investering is.
De koning spreekt over vertrouwen in de toekomst. Dat klinkt prachtig. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan een inwoner die al jaren op zoek is naar een betaalbare woning. Of aan een ondernemer die elke maand opnieuw ontdekt dat er weer een nieuwe regel, verplichting of formulier bestaat.
En dan is er Schiphol. In Uithoorn en De Kwakel weten inwoners inmiddels precies wanneer er boven het huis een vliegtuig overvliegt. Daar heb je geen app voor nodig als de woonkamer trilt. Ook in De Ronde Venen kennen we de landelijke ambities inmiddels. Meer woningen, meer opvang, meer infrastructuur, meer duurzaamheid en vooral: meer plannen. Het enige wat soms minder wordt, is de ruimte om ze allemaal uit te voeren.
Toch is er één ding waar Den Haag misschien nog iets van ons kan leren: inwoners van onze regio zijn gewend om zelf de handen uit de mouwen te steken. Verenigingen draaien op vrijwilligers, buren helpen elkaar en ondernemers blijven ondernemen, ondanks alle regels die over hen worden uitgestort alsof het confetti is.
Misschien moeten we de Troonrede volgend jaar daarom eens omdraaien. Laat de koning maar luisteren. Laat een sociaal en maatschappelijk betrokken inwoner uit Vinkeveen vertellen over het bizarre Plassenbeleid of de vastgelopen woningmarkt. Een bezorgde ouder uit Uithoorn over de dagelijkse verkeerschaos. Een hardwerkende ondernemer uit Mijdrecht over de verstikkende regelgeving. Een bevlogen vrijwilliger uit Wilnis over hoe moeilijk het wordt om voor de bloeiende lokale vereniging nieuwe mensen te vinden. En een gefrustreerde inwoner van Uithoorn over de toenemende vliegtuigherrie van Schiphol. Dan krijgt de koning misschien eindelijk een iets beter beeld van het alledaagse Nederland waarover hij vanuit zijn koninklijke spreekgestoelte zo mooi spreekt.
‘Nederland heeft behoefte aan vertrouwen’, zei de koning. Dat klopt. Maar een beetje minder vertrouwen in Haagse woorden en wat meer vertrouwen in de mensen die het elke dag zelf moeten doen, zou ook geen kwaad kunnen. En mocht er volgend jaar toch weer een Troonrede komen met veel woorden over ‘samen de schouders eronder’?
Dan stel ik voor dat Den Haag eerst even in Uithoorn en De Ronde Venen komt helpen sjouwen.

