De benzinepomp liegt niet
Door Donald Esser.
Soms kom je op Instagram iets tegen waarvan je denkt: verdomd, daar zit wat in. Zo zag ik onlangs een filmpje van mijn favoriete cabaretier Jay Francis over de actuele benzineprijs. 2,71 euro voor een litertje. Pfff… Voor dat geld verwacht je eigenlijk dat de auto na het tanken ook nog even automatisch de ramen wast.
Ik moest meteen denken aan vroeger. Ik woonde lange tijd aan de Herenweg in Vinkeveen, op een prachtig erf aan het water. Mijn buurman zei ooit in wat je achteraf gerust het Gulden Tijdperk – de vorige eeuw – mag noemen: “Al gaat de benzineprijs naar vijf gulden, mensen blijven autorijden.” Hij had achteraf gelijk.
Gulden heet sinds het jaar 2002 nu euro. We zijn inmiddels een paar euro-verhogingen, crises en kabinetten verder en we rijden nog steeds. Want ja, de kinderen moeten naar school, de boodschappen moeten worden gehaald en de schoonmoeder woont nu eenmaal niet op loopafstand. Dus rijden we, tanken we. En betalen we.
Volgens Francis is er bij elke prijsstijging wel een crisis die als excuus kan dienen. Oorlog? Duurdere benzine. Pandemie? Duurdere boodschappen. Klimaatprobleem? Nog wat extra betalen. En zodra de crisis voorbij is, blijkt het wonderlijke fenomeen op te treden dat de prijzen dat blijkbaar niet hebben meegekregen. De crisis is voorbij, maar de prijs heeft kennelijk besloten te blijven.
Dat is eigenlijk best bijzonder. De prijs van een vat olie kan dalen, stijgen, schommelen of desnoods een polonaise lopen, maar aan de pomp staat uiteindelijk vooral een ding vast: de prijs gaat omhoog. En het mooie is: we accepteren het ook nog. “Het komt door de internationale markt.” Aha.
Dat is een beetje hetzelfde als wanneer de ober in een restaurant zegt, dat de rekening zo hoog is vanwege ‘de internationale omstandigheden’. Je knikt dan waarschijnlijk ook begripvol. Je wilt tenslotte niet de indruk wekken dat je de geopolitiek niet begrijpt. Maar ik vraag me inmiddels wel af wanneer we weer eens een crisis krijgen, waardoor iets goedkoper wordt. ‘Goed nieuws, mensen. Vanwege de spanningen in het Midden-Oosten is de benzine vandaag vijftig cent goedkoper.’ Kijk, dát zou nieuws zijn.
Voorlopig rijden we dus gewoon door. Naar het werk, naar de supermarkt, naar familie en natuurlijk naar de milieuzone om daar te horen dat we eigenlijk beter thuis hadden kunnen blijven. En ergens hoor ik mijn toenmalige buurman nog zeggen: vijf gulden per liter. Hij vergiste zich niet, ruim 27 jaar geleden. Het werd anno 2026 – peildatum 14 september – 2,71 euro. Omgerekend naar de vorige eeuw: nu zelfs rond de zes gulden voor een liter rijden.
Misschien moeten we voortaan maar niet meer tanken. Gewoon de auto laten staan en thuis heel hard ‘vroem vroem’ roepen. Scheelt ook weer wegenbelasting. En Jay, bedankt voor de input.

