Column: ‘Donald denkt door’

Struikelstroom

Door Donald Esser.

In Molenvliet, Abcoude, en in tal van andere dorpswijken in gemeenten De Ronde Venen en Uithoorn, is de energietransitie inmiddels letterlijk voelbaar. Vooral met de neus zo’n tien centimeter boven de stoep, vlak voordat je kennismaakt met een laadkabel. En de straattegel. Een lezer stuurde ons – naar aanleiding van een artikel verleden week in deze krant – een foto: een gewoon huis, een keurige auto, en daartussen als een moderne waslijn zonder was, maar met als hinderlaag een zwarte kabel die dwars over het trottoir ligt. Duurzaam wonen, noemen we dat. Duurzaam struikelen, eigenlijk ook.

Begrijpelijk is het wel. Openbare laadpalen zijn schaars, duur of bezet door iemand die blijkbaar permanent met 3% batterij rondrijdt. En met de netcongestie als ‘Zwaard van Damocles’ dat boven de elektrische autorijder hangt, doen we het zelf. Vanuit huis. Kabeltje uit het raam, hup de straat over. Begrijpelijk is het allemaal wel. U heeft een elektrische auto, geen eigen oprit en de dichtstbijzijnde laadpaal staat op een afstand waar u pas na drie keer knipperen zeker weet dat het nog dezelfde gemeente is, waar uw motivatie onderweg in de berm wordt teruggevonden, waar de familie-app vraagt of u veilig bent aangekomen en waar u halverwege al heimwee krijgt naar uw eigen stoep.

Die stoep die ooit bedoeld was om over te lopen. Dat idee is een beetje uit de mode geraakt. Inmiddels is het een multifunctioneel platform geworden: deels parkeerplek, deels fietsenstalling, deels kabelmanagementsysteem. Het wachten is eigenlijk alleen nog op een abonnement. Het voelt een beetje zoals vroeger; met het verlengsnoer naar de barbecue achter in de tuin, alleen nu loopt de hele buurt eroverheen.

Maar de stoep is geen verlengstuk van de meterkast. Het is, ouderwets misschien, bedoeld voor voetgangers. En die hebben zo hun eigenaardig-heden: ze kijken niet altijd naar beneden, lopen met rollators, kinder-wagens of gewoon met volle boodschappentassen. Dan is zo’n kabel geen detail, maar een obstakel. Lage spanning, hoge kans op een onverwachte danspas. Volgens de regels zelfs een potentieel gevaar waar je niet zomaar mee wegkomt.

Sterker nog: juridisch gezien is het simpel. Leg je iets op de stoep dat hinder of gevaar veroorzaakt, dan ben jij degene die moet uitleggen waarom dat een goed idee was. En als iemand struikelt, ligt de rekening niet bij de energieleverancier, maar gewoon bij jou, samen met je groene idealen. Als het zo doorgaat krijgen we straks een soort kabelballet boven de straat, het Zwanenmeer, maar dan met stekkers.

Het mooie is: we zijn massaal de toekomst in gedenderd, maar de stoep is nog gewoon van vroeger. Beton, tegels, en de verwachting dat je er probleemloos overheen kunt lopen zonder een hindernisbaan te trotseren.

Maar laten we niet alleen zuur doen. Want ergens zit er ook iets aandoenlijks in. Nederlanders die, zonder subsidie of gemeentelijk stappenplan, zelf oplossingen bedenken. Kabelgoten, rubber matjes, zelfs ingenieuze armen die de kabel elegant boven de stoep tillen. We willen vooruit, verduurzamen, minder uitstoten, maar we doen het wel op z’n Nederlands: een beetje improviseren, een beetje hopen dat niemand valt en vooral niet te veel gedoe. Het doet denken aan een land dat ooit de zee buiten hield met niets meer dan lef, klei en een schop.

Misschien is dit gewoon de tussenfase. De periode waarin we nog even collectief struikelen richting vooruitgang. Dus mocht u in De Ronde Venen of Uithoorn binnenkort een lichte hapering voelen tijdens uw avond-wandeling: het is geen gebrek aan balans, het is de energietransitie die u even pootje haakt.

En ach, laten we positief eindigen: wie weet wordt ‘valgevaar’ straks gewoon een erkende duurzame energiebron. Zonder misstappen en weer genoeg stroom voor tien kilometer. Als we er nou allemaal een beetje om lachen, laden we in ieder geval de sfeer alvast op. Ook al is het probleem eigenlijk serieus.