Aalsmeer – Kabbelende winterse golfjes klotsen vanuit het zuidwesten tegen de boot. Een verdwaalde ijsschots krast tegen de boeg. Kruiend ijs of schotsen zijn meestal vlijmscherp; snel gas terugnemen en de schots glijdt zachtjes, zonder krassen, langs.Vanuit het zuidwesten verspreidt zich, hoog in de lucht, een sneeuwbui over de hele breedte van de grote Poel; de mistige massa komt, zo te zien, rustig op mij af. Maar opeens, heel snel, is een spookachtig gordijn van sneeuw vlakbij. De schuilhaven, waar ik naartoe vaar, is nog te ver weg om de woeste bui voor te zijn. Het sneeuwgordijn, van grote dikke vlokken, stort zich op mij neer. Ik vaar relaxt, maar wel snel door.
De mantel der liefde
Een reiger landt op het einde van de strekdam als ik er binnen vaar. Een flauw zonnetje prikt door de sneeuwlucht en maakt de vlokken oogverblindend wit. Genietend ga ik de westeinderdijksloot in. Met kalme vleugelslagen vliegt de reiger over mij heen. Reigers stralen voor mij kalmte, rust en zelfverzekerheid uit. Paniek of angst kennen deze trotse vogels schijnbaar niet. Als er een vis verorberd wordt gaat dat in alle rust. Alleen als de vis van groot formaat is, is er wat onzekerheid te bespeuren in de krachtige kraalogen: “Hoe krijg ik dit naar binnen?”
Sloten, eilanden, bossen, bomen, struiken, rietlanden en oevers zijn met een licht-witte waas bedekt. Winterse geuren prikkelen mijn neus; helder water, veenmos, rottend hout, houtvuurtjes. De parelwitte sneeuwlaag bedekt het gebied met ‘de mantel der liefde’. Want zelfs de minder oorspronkelijk eilanden in het Aalsmeerse natuurgebied, met ideeën over fauna en flora die ik niet echt kan waarderen, zijn nu een streling voor het oog.
Magisch
De eeuwig veranderende wolkenluchten zijn, ook in de winter, toverachtig mooi. Bijna iedere avond kijk ik naar het kleurenspel van de zon, kort voordat zij achter de Westeinderplassen verdwijnt. Zelfs als de lucht saai, grauw en grijs lijkt…. zelfs dan gebeurt er, net voordat de zon achter de horizon verdwijnt, iets magisch. Voortaan dus maar de gordijnen dichttrekken na zonsondergang is mijn advies. Met een koude neus en een ontspannen kop, ontwijk ik een enkele ijsschots. De nog steeds kalm klotsende golven begeleiden de boot weer richting thuishaven.
Als ik de ark binnenstap merk ik hoe koud ik het eigenlijk heb gekregen na het ‘rondje Poel’. Met de pelletkachel op stand vier ga ik, met een koud glas Pinot Grigio, naast de kachel met uitzicht op het zuidwesten zitten. Aan de andere kant van het raam, waar de sneeuw de oever en het rommelig geknakte riet wit bepareld heeft, landt de reiger. Zij loopt naar de boomstam half in het water en neemt een positie aan op één poot en kijkt mij aan: Hoe was jouw dag?
Tekst en foto: Bob
Reageren? Bob.plaswijck@planet.nl

