Mijn Amba en haar staart
Door Donald Esser.
Ze hoestte. Een beetje. Alsof ze zich verslikt had in haar eigen waardigheid. Achteraf denk ik door het verorberen van een keihard stokje van de Action. Amba, mijn Tibetaanse terriër, 16 jaar en nog steeds met meer karakter dan tja…
Dus hup, naar de dierenarts. Want je bent een verantwoordelijk en liefdevolle hondeneigenaar. Ik ben niet lullig, maar langdurig hoesten is al snel reden tot actie ondernemen. Zeker als je hond ouder is dan de gemiddelde influencer.
We kwamen binnen bij de dierenarts, Amba en ik. Zij proestend, snuffelend en trots, ik bezorgd. De assistente keek alsof ze net een aflevering van Goede Tijden Slechte Tijden had gemist. Zij was een soort kruising tussen een biologieboek en een Excel-sheet. “We gaan een foto maken”, zei ze, met de empathie van een parkeerautomaat.
De röntgenfoto werd bekeken alsof het een abstract schilderij betrof. “Tja, misschien moeten we nadenken over euthanasie.” Pardon? Euthanasie? Omdat ze hoest? Omdat ze 16 is? Omdat haar röntgenfoto niet in een lijstje past? Is het kanker? Of misschien een longontsteking? “Misschien kan de radioloog uitsluitsel geven”, mekkerde ze verder.
Ik keek naar Amba. Haar ogen slaperig helder, haar staart krulde nog als een versgebakken croissant. Maar volgens de dierenarts was ze op.
Wat is dat toch met sommige dierenartsen? Zodra een hond de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, verandert hij van huisgenoot in een spreadsheet. Kosten-batenanalyse. “Ze heeft haar tijd gehad.” Ja, ik ook. Maar ik mag in De Ronde Venen en Uithoorn nog steeds naar Jumbo, PLUS of Albert Heijn.
Amba kreeg antibiotica. En wonder boven wonder: ze knapte op. Natuurlijk. Want ze is een wonderhond. Oersterk. En ze heeft geen tijd voor dierenartsen met euthanasiedrang. Flikker op!
Lieve dierenartsen, een hond is geen printer die je vervangt als hij piept. Het is familie. En ja, we moeten lijden voorkomen. Maar laten we niet doen alsof een kuchje het einde is. Zeker niet als de staart nog krult. En de reuk optimaal is.
Amba leeft. Nog steeds. En hoe. Ze blaft op Eiland 1 tegen de wind, snuffelt aan elke grasspriet alsof het een roman is en kijkt me aan met die blik die zegt: “Doe eens normaal, ik stap er nog lang niet tussenuit. Guinness Book of Records is mijn uitdaging. Ik word 20.”
We zullen het beleven.