Van onze redactie.
Uithoorn – Wie door Uithoorn loopt, wordt waarschijnlijk vaker bekeken dan hij of zij vermoedt. Niet door de politie, maar door honderden particuliere beveiligingscamera’s van inwoners en ondernemers. Inmiddels zijn 342 camera’s in de gemeente geregistreerd bij het landelijke politienetwerk Camera in Beeld. Daarmee beschikt de politie, wanneer een misdrijf wordt gepleegd, over een uitgebreid netwerk van mogelijke digitale getuigen.
Het aantal geregistreerde camera’s laat zien dat veel inwoners waarde hechten aan veiligheid. De camera’s hangen aan woningen, bedrijfspanden en deurbellen en kunnen beelden vastleggen van verdachte situaties, vluchtende daders of voertuigen. Wanneer zich een inbraak, mishandeling of vernieling voordoet, kan de politie snel zien welke camera’s zich in de omgeving bevinden en de eigenaar verzoeken beelden beschikbaar te stellen.
Dat klinkt als een krachtig hulpmiddel in de strijd tegen criminaliteit. Toch roept de ontwikkeling ook vragen op. Ondanks de honderden geregistreerde camera’s blijft een aanzienlijk deel van de misdrijven onopgelost. Volgens politiecijfers wordt ongeveer de helft van de mishandelingen niet opgelost. Bij woninginbraken wordt slechts een beperkt deel van de daders opgespoord. Camera’s blijken daarmee geen garantie voor succes.
Dat is ook niet verrassend. Een camera ziet veel, maar niet alles. Beelden zijn soms onduidelijk, een verdachte draagt gezichtsbedekking of bevindt zich net buiten beeld. Bovendien leveren camerabeelden vaak alleen ondersteunend bewijs op. Opsporing blijft mensenwerk waarbij getuigenverklaringen, forensisch onderzoek en recherchewerk onmisbaar zijn.
Voor veel inwoners wegen de voordelen echter zwaar. Een bewoner van de wijk Legmeer, die al enkele jaren een Ring-deurbel gebruikt, zegt zich veiliger te voelen. “Ik heb gelukkig nog nooit met een inbraak te maken gehad, maar ik heb wel een paar keer beelden gedeeld nadat er iets in de buurt was gebeurd. Als je daarmee kunt helpen een verdachte op te sporen, waarom zou je dat niet doen? Het geeft ook een gerust gevoel als je niet thuis bent.”
Toch klinkt niet alleen enthousiasme. Een privacydeskundige die liever anoniem blijft, wijst op een bredere maatschappelijke ontwikkeling. “Het is begrijpelijk dat mensen hun woning willen beveiligen, maar we moeten ons ook realiseren dat de openbare ruimte steeds vaker wordt vastgelegd door particuliere camera’s. De vraag is niet alleen of camera’s helpen bij opsporing, maar ook hoeveel toezicht we als samenleving normaal gaan vinden. Veiligheid is belangrijk, maar privacy is dat ook.”
Lenzen in plaats van buren
Die spanning tussen veiligheid en privacy lijkt het hart van de discussie. Waar vroeger sociale controle vooral bestond uit oplettende buren, kijken tegenwoordig lenzen mee. Voorstanders wijzen erop dat elke extra aanwijzing de kans vergroot dat een dader wordt gevonden en dat zichtbare camera’s mogelijk een preventieve werking hebben.
Tegenstanders vrezen juist dat een samenleving ontstaat waarin steeds meer bewegingen worden vastgelegd zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn. Hoewel de politie niet rechtstreeks toegang heeft tot particuliere camera’s en beelden uitsluitend kan opvragen na een incident, groeit het aantal camera’s in het straatbeeld gestaag.
Voor Uithoorn ligt de uitdaging waarschijnlijk niet in de vraag of camera’s goed of slecht zijn. De werkelijke vraag is wat inwoners ervan verwachten. Wie denkt dat 342 camera’s criminaliteit kunnen uitbannen, komt bedrogen uit. Wie ze ziet als een extra hulpmiddel om opsporing te ondersteunen, zal eerder de voordelen erkennen.
De geregistreerde camera’s vormen daarmee geen wondermiddel, maar ook geen overbodige luxe. Ze zijn een weerspiegeling van een samenleving, waarin technologie steeds vaker een rol speelt bij veiligheid. Of Uithoorn daar daadwerkelijk veiliger van wordt, zal uiteindelijk niet alleen afhangen van het aantal camera’s, maar vooral van wat politie, inwoners en daders ermee doen.
Op de foto: 342 camera’s kijken mee in Uithoorn. Fotocompilatie: Nieuwe Meerbode.

