Uitgeknepen
Door Donald Esser.
Zaterdagochtend. Ik ben altijd wat eerder uit bed, mijn vrouw komt later naar beneden. Ik zet voor ons beiden traditioneel een espresso. Mijn vrouw schrijft het boodschappenlijstje, omdat zaterdagochtend nu eenmaal mijn boodschappenrondje is. Zij doet dat met de precisie van een militair strateeg en ik trek mijn sportkleren aan om het weekend een energieke kickstart te geven. Even zweten, even loskomen van de week vol interviews, tekstcorrecties en mijn eeuwige zinspreuk: zonder input geen output. Het leven van een hoofdredacteur, u kent het wel. Of niet, maar dat terzijde.
Maar ergens tussen de loopband, het hangen aan gewichten en mijn boodschappenrondje, de supermarkt, slaat de stemming om. Daar, in het schijnbaar onschuldige universum van de grootgrutter, vol keurige schapjes en vriendelijk ogende voordeelstickers, voltrok zich een stille slachtpartij. Niet met kettingzagen of bivakmutsen, maar met prijskaartjes. Kleine, onschuldige prijskaartjes die zich maand na maand een paar centjes omhoog wurmen. Tien cent hier, vijftien cent daar. Onzichtbaar voor de achteloze shopper. Maar niet voor mij. Ik ben journalist, alles onderzoeken.
Een voorbeeld: neem nou dat pak opschuimmelk. Ooit een bescheiden € 1,89, nu doodleuk € 2,59. In een half jaar tijd. Dat is geen inflatie meer, dat is een carrièrestap. Dat pak verdient inmiddels meer opslag dan menig werknemer. Probeer dat maar eens bij je baas: “Zeg, ik dacht, mijn prestaties zijn vergelijkbaar met die van een pak opschuimmelk. Kunnen we mijn salaris ook met 25 procent verhogen?” Hij ligt dubbel. Niet van instemming, maar van het lachen.
En dan hebben we het nog niet eens over citroenen gehad. Ooit een stabiele consumentenfactor voor € 1,29. Een rots in de branding. Maar ook die is gevallen: nu € 1,59. Dertig cent verschil. “Ach”, zegt de supermarkt-manager meewarig, “Dat is toch niks?” Nee, inderdaad. Het is niks. Totdat alles niks wordt. Totdat je mandje vol zit met ‘niks’ en je bij de kassa beseft dat je portemonnee wél iets voelt. Vooral leegte. En niet niks!
Het gaat namelijk niet om die ene prijsverhoging. Het is de optelsom van duizenden kleine verraadjes. Elk product dat zichzelf een paar cent rijker rekent, terwijl jij hetzelfde salaris blijft houden. Of sterker nog: jij mag blij zijn als er überhaupt iets bijkomt, afgezien van extra verantwoordelijkheden en kerstpakket aan het einde van het jaar.
De consument is in de supermarkt de melkkoe van de moderne economie. En nee, niet die romantische zwartbonte in de wei, maar eentje die permanent aan een geautomatiseerd melksysteem hangt. Altijd beschikbaar, altijd leeg te trekken. Ondertussen draaien multinationals recordwinsten. Ergens in een boardroom wordt geproost op ‘efficiënte prijsoptimalisatie’, wat in gewone mensentaal betekent: we hebben ze weer een beetje verder uitgeknepen. Als die citroen.
En wij? Wij staan in die rij. Met ons mandje, onze spaarkaart, koopzegeltjes voor producten die je zelf betaalt en onze stille frustratie. Wat moeten we? Minder eten? Meer verdienen? Of gewoon accepteren dat we onderaan de voedselketen bungelen, ironisch genoeg terwijl we onze eigen boodschappen afrekenen?
Misschien moeten we het systeem omdraaien. Gewoon eens bij de kassa zeggen: “Vandaag betaal ik vijftien euro minder. Inflatiecorrectie, snapt u wel.” Kijken hoe snel die glimlach van de kassière verdwijnt.
Tot die tijd blijf ik het doen. Mijn rondje sporten, mijn boodschappenlijstje van mijn vrouw afwerken en me verbazen over de prijsstijging van ‘eeuwige laagblijvers’, de citroenen. Want ergens, tussen de rekken en de kassa, wordt de consument elke week een klein beetje lichter gemaakt. Uitgeknepen.

