Column: ‘Donald denkt door’

Weer naar school: pas op voor kinderen en fatbikers

Door Donald Esser.

Het is weer zover. In het noorden van het land zit de vakantie er al op en in midden Nederland worden de laatste vakantieweken vakkundig uitgerekt alsof het een elastiekje betreft. De broodtrommels worden afgestoft, agenda’s verschijnen weer op tafel en ergens op een zolder wordt wanhopig gezocht naar een schooltas die sinds juni vermist is en vermoedelijk een eigen leven heeft opgebouwd.

En dus krijgen automobilisten binnenkort weer de vertrouwde jaarlijkse boodschap van overheid en verkeersorganisaties: let extra goed op, want kinderen zijn onvoorspelbaar in het verkeer. Kinderen steken over waar je het niet verwacht. Ze fietsen soms alsof ze meedoen aan een loterij waarvan de hoofdprijs een gebroken arm of been is – als je mazzel hebt – en kunnen plotseling besluiten dat een fietspad ook prima tegen de rijrichting in gebruikt kan worden. Een kind is nu eenmaal geen verkeersbord op twee benen. Het denkt anders, kijkt anders en heeft een talent om precies op het verkeerde moment een verrassende manoeuvre uit te voeren. Een automobilist doet er daarom verstandig aan zijn snelheid aan te passen, zeker rond scholen en drukke fietsroutes.

Maar misschien mogen we dit jaar ook een klein, voorzichtig en licht verwijtend vingertje de andere kant op laten wijzen.

Want daar komt-ie: de fatbike.

Niet ieder kind op een fatbike is een verkeersduivel, uiteraard. Maar er zijn opgevoerde exemplaren die zich door het verkeer bewegen alsof ze zojuist persoonlijk zijn geselecteerd voor een militaire missie. Helm? Soms. Licht? Tja… Richting aangeven? Onnodige luxe. Remmen? Alleen wanneer moeder belt.

En dan die snelheid. Je staat nietsvermoedend bij een verkeerslicht te wachten en ineens suist er uit het niets een fatbike voorbij, die kennelijk een geheel eigen interpretatie van de Wegenverkeerswet hanteert. De bestuurder kijkt daarbij vaak alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de Nederlandse medaillekansen tijdens de volgende Olympische Spelen.

Ik aanschouwde dat schouwspel onlangs weer bij de Albert Heijn in hartje Abcoude, bij dat verkeerslicht dat zo weinig respect afdwingt dat zelfs bakfietsouders het vooral als een vrijblijvende verkeerssuggestie lijken te beschouwen. Rood betekent daar ongeveer hetzelfde als een algemene aanbeveling om er nog eens rustig over na te denken.

Het bijzondere is, dat volwassenen voortdurend wordt verteld dat zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen. En terecht. Maar verkeersveiligheid is geen eenrichtingsverkeer. Ook fietsers hebben een verantwoordelijkheid. Ook kinderen moeten leren dat een rood licht niet betekent: eens kijken hoe snel ik nog tussen twee auto’s door kan. Dat een smartphone geen stuurinrichting is. Dat oordopjes niet bijdragen aan het gehoor voor naderend verkeer. En dat voorrang niet automatisch ontstaat omdat je haast hebt.

Misschien is dat wel de belangrijkste boodschap voor het nieuwe schooljaar: automobilisten doe rustig aan.

Maar ouders: geef uw kinderen ook een verkeersles mee. Leg uit dat een fatbike geen pantservoertuig is. Dat een zebrapad geen magisch krachtveld vormt. En dat een auto van 1.500 kilo meestal sterker gemotiveerd is in een fysieke confrontatie dan een fiets van 35 kilo.

Want ja, kinderen zijn onvoorspelbaar. Maar sommige fatbikers lijken tegenwoordig ook te denken dat verkeersregels vooral bedoeld zijn voor anderen.