Column: ‘Donald denkt door’

Ga uit je stekker (zolang het nog kan)

Door Donald Esser.

In de straat van Hormuz is het rustig. Té rustig. Voorlopig. Niet omdat iedereen eindelijk tot verlichting is gekomen, maar omdat verlichting tijdelijk niet gegarandeerd kan worden. Netcongestie, heet dat dan. Een woord dat klinkt als een medische aandoening voor hoogopgeleide transformatorhuisjes. “Het netwerk zit vol,” zegt de netbeheerder, wat ongeveer dezelfde geruststelling biedt als: de reddingsboot is er wel, maar hij ligt al vol.

We leven in een tijd waarin alles elektrisch moet. Koken, rijden, verwarmen, denken; zolang er maar een stekker aan zit. Fossiele brandstoffen zijn fout, vies en moreel verwerpelijk, tenzij ze nodig zijn om het gebrek aan duurzame alternatieven tijdelijk op te lossen. Tijdelijk duurt inmiddels wel erg lang, maar dat zal aan mijn klok liggen. Die loopt waarschijnlijk nog op kolen.

Want kijk: de benzineprijs stijgt, daalt, stijgt. De gasprijs fluctueert als een labiel humeur en de stroomprijs… ach, die zou stabiel zijn. Ware het niet dat het elektriciteitsnet inmiddels klinkt als een overboekte Ryanair-vlucht. Iedereen wil erin, niemand weet waar hij zit, en sommige koffers – lees: bedrijven, laadpalen en warmtepompen – moeten helaas achterblijven.

Neem mijn buurman. Volledig van het gas af, elektrische auto voor de deur, zonnepanelen op het dak. De heilige drie-eenheid van de energietransitie. Alleen kan hij zijn auto soms niet laden, omdat het net ‘nee’ zegt. Het nieuwe ‘nee’, eleganter verpakt. Vroeger zei je moeder het, nu een transformatorstation. Vooruitgang voelt soms verrassend ouderwets.

En ondertussen stijgen de prijzen. Niet omdat er te weinig energie ís, maar omdat er te veel goede bedoelingen tegelijk door dezelfde kabel willen. Ironischer kan het bijna niet: we verduurzamen ons een weg richting schaarste. Fossiele brandstoffen worden afgebouwd, elektrisch wordt de norm en het netwerk kijkt toe als een ober met drie armen tekort tijdens een drukke terrasdag.

Dus ja, wie zegt mij dat ik straks nog elektrisch kan tanken? Of gewoon mijn brood kan roosteren zonder morele overwegingen? Misschien worden we straks gevraagd om buiten de spits te koken. Of alleen te rijden op dinsdag, mits de zon schijnt en de buren vakantie hebben.

Energie is altijd een golfbeweging geweest. Op en af, overvloed en tekort, belofte en beprijzing. Alleen heette het vroeger oliecrisis en nu heet het transitie. Dat klinkt optimistischer, maar de rekening blijft hetzelfde.

Het blijven stekkertijdperken. Sommige trekken we eruit, andere steken we erin. Maar een ding is zeker: als het netwerk straks écht vol zit, gaan we collectief uit onze stekker. Duurzaam verontwaardigd, elektrisch onthand en nostalgisch verlangend naar een tijd waarin ‘vol’ nog betekende dat het licht gewoon brandde.