Column: ‘Donald denkt door’

De verkeer(de) DRV-logica

Door Donald Esser.
Met dank aan Ron Hartsink.

Wie dagelijks door De Ronde Venen (DRV) rijdt, weet het al lang: hier geldt niet de Wegenverkeerswet, maar de Wet van de Grote Verwarring. Een soort escape-room op wielen, maar dan zonder uitgang en met een verhoogde kans op een whiplash.

Neem de Oosterlandweg. Daar staat al minstens tien jaar een bord dat adviseert om een bocht met 30 km per uur te nemen. Dertig. Dat is een snelheid waarbij zelfs een slak zich ongemakkelijk begint af te zetten tegen het tempo. De gemiddelde automobilist neemt die bocht gewoon met 60 en leeft nog. Sterker nog: niemand heeft ooit iemand vrijwillig teruggeschakeld naar kruipsnelheid gezien. Het bord staat er nog steeds, vermoedelijk omdat niemand binnen het gemeentehuis precies weet waarom het er ook alweer stond. Of waar de sleutel van de schroevendraaier ligt.

Maar waar de ene weg een overdosis voorzichtigheid predikt, doet de andere precies het tegenovergestelde. Op de Amstelkade mag je op sommige stukken vrolijk 60 rijden, terwijl de bochten daar zo overzichtelijk zijn als een gemiddelde soapverhaallijn. Je ziet niets, behalve gras, lucht en je eigen naderende einde. Het is een soort gemeentelijke roulette: draai aan het stuur en kijk waar je uitkomt. In de berm, in het water, of gewoon thuis, met een licht verhoogde hartslag en een nieuw respect voor het leven.

En dan zijn er nog de ‘natuurlijke’ verkeersdrempels. Officieel heet dat achterstallig onderhoud, maar laten we eerlijk zijn: het is briljant bedacht. Geen geld uitgeven aan aanleg of onderhoud, maar wel gegarandeerd snelheid omlaag. Alleen jammer dat je fuseekogels dat minder waarderen. Wie daar met 20 km per uur overheen rijdt, hoort alsnog geluiden uit de auto die normaal gesproken alleen bij een demontage horen.

Het wordt pas echt gezellig bij de wegversmallingen, die rood-witte paaltjes waarvan niemand de naam weet, maar iedereen de werking: verwarring zaaien. Wie heeft er voorrang? Jij? Ik? God? We kijken elkaar aan, versnellen tegelijk en eindigen dan in een wedstrijdje wie het meest recht heeft op zijn eigen gelijk. Meestal gewonnen door degene met de minst kwetsbare auto en het grootste ego. De rest eindigt met een middelvinger en een verhaal voor thuis.

Alsof dat nog niet genoeg spanning oplevert, hangt de schaduw van Oom Agent altijd boven het geheel. Want wie denkt: “Ik pas mijn snelheid wel aan op de situatie”, wordt beloond met een boete die voelt als een tweede hypotheek. 80 waar 60 mag? Dat kan. Maar 30 waar 60 veilig is? Dat mág dan weer niet, tenzij u zich vrijwillig tot rijdend obstakel degradeert. Logica is hier optioneel, de boeteplicht niet.

En dan de Viergang, het kroonjuweel van de verkeersverwarring. Rechts heeft voorrang, behalve als het een woonerf is, wat u pas ziet… als u er al bent. Het bord staat zo geplaatst dat alleen degene die er recht voor staat het kan lezen; wat per definitie te laat is. Resultaat: bijna-botsingen die zo frequent zijn dat ze eigenlijk bijna ritueel beginnen aan te voelen. Een soort begroeting: “O, jij ook hier? Remmen dan maar?”

Misschien is dat wel de kern van de Rondeveense gemeentefilosofie: verkeersveiligheid door permanente alertheid. Geen duidelijkheid, geen voorspelbaarheid, maar een constante staat van paraatheid. Wie hier leert rijden, kan overal ter wereld terecht, inclusief op een chaotische rotonde in Napels tijdens spitsuur.

Tot die tijd geldt: stuur vooral uw eigen voorbeelden, liefst met foto, van verkeers(on)logica naar de redactie. Dan verzamelen we ze, bundelen we ze en sturen we ze naar de gemeente. Misschien zetten ze er wel een bord bij. Advies: 30 km per uur.