Column: ‘Donald denkt door’

De tas heeft geen kaartje

Door Donald Esser.

Misschien heeft u het meegekregen. Het was een klein bericht in het nieuws, maar het verbaasde mij: de NS heeft een oplossing bedacht voor een probleem dat iedere treinreiziger kent: mensen die hun tas op een stoel naast hun parkeren alsof die ook een abonnement heeft. Geen verbod. Geen handhaving. Geen conducteur die grappend zegt: “Meneer of mevrouw, uw rugzak reist vandaag niet eerste klas.” Nee, de NS gaat het gewoon wat duidelijker vragen. Als iets niet werkt, vraag je het nog een keer. En dan iets vriendelijker. Misschien met een glimlachje erbij.

Ondertussen rijden de treinen tijdens de spits voller dan een haringblik met vertraging. Wie wel eens door Utrecht Centraal loopt, het kloppend hart van het Nederlandse spoor, weet hoe dat eruitziet. Tienduizenden mensen onderweg naar werk, school of een afspraak waar ze te laat gaan komen. De kans dat je een zitplaats vindt, is ongeveer even groot als een werkende airco in een stoptrein tijdens de Nederlandse hittegolf.

En dan zie je hem. De lege stoel. Nou ja, leeg. Er staat een tas op. Geen bijzondere tas. Geen medische noodsituatie. Geen zeldzame Stradivarius. Gewoon een versleten rugzak van tien euro, die kennelijk meer recht op comfort heeft dan de gemiddelde forens.

Wat gebeurt er dan in de praktijk? Je loopt erheen. Je wijst voorzichtig naar de stoel. De eigenaar kijkt op alsof je zojuist hebt voorgesteld om zijn nier te verkopen op Marktplaats. “Is deze plek vrij?” Het blijft een fascinerende vraag. Alsof er verschillende antwoorden mogelijk zijn. “Nee, de stoel is bezet. Mijn tas zit hier sinds Amersfoort,” waarschijnlijk een boek lezend over persoonlijke ontwikkeling.

Meestal wordt de tas uiteindelijk verplaatst. Met een zucht. En voor de kenners: met een oogrol like Mr. Bean’s First Class Drive. En soms zelfs met de subtiele verbale of lichaamsboodschap dat jij degene bent die de sfeer in de trein verpest.

Maar nu krijgt diezelfde reiziger-met-tas steun van de nieuwe NS-aanpak. Want ergens in de huisregels staat, dat je rekening moet houden met medereizigers. Huisregels die niemand leest. Die niet op een kaartje staan. Die niet worden uitgedeeld. En niet op de stoel van die tas liggen. Huisregels die ongeveer dezelfde juridische en praktische kracht hebben als een briefje op de koelkast: ‘Denk aan het licht.’

Ik zie het al voor me. Een overvolle trein. Mensen staan in het gangpad als sardientjes in een blik. Een conducteur komt langs. “Meneer, wilt u uw tas misschien weghalen?” De reply: “Natuurlijk niet.” Jammer. Ergens voelt dat als de perfecte samenvatting van Nederland. We hebben een probleem, iedereen ziet het probleem, niemand lost het probleem op. Die tas heeft het inmiddels uitstekend voor elkaar. Altijd een zitplaats. Geen kaartje nodig, geen OV-chipkaart, geen discussie. Alleen jammer dat degene die hem daar neerzet blijkbaar vergeten is dat een stoel bedoeld is voor een mens. Dus beste tasbezitter: geef uw bagage de luxe die het verdient. Zet hem op de grond, houd hem op schoot en laat die stoel vrij. Want als uw tas belangrijker is dan een medereiziger, wordt het misschien tijd om uzelf af te vragen wie er eigenlijk asociaal zit te reizen.