Column: ‘Donald denkt door’

Tourkoorts op twee wielen

Door Donald Esser.

Nu na het WK-voetbal (bijna afgelopen) en Wimbledon de Tour de France weer door Frankrijk dendert, is er in Nederland een wonderlijk natuur-verschijnsel te zien. Zodra de eerste renner in een geel shirt over de televisie flitst, kruipen overal uit schuren, garages en bijkeukens plotseling amateurwielrenners tevoorschijn. Alsof ze maandenlang in winterslaap hebben gelegen.

Het begint onschuldig. Een strakke broek hier, een glimmende helm daar. Maar binnen een paar dagen veranderen onze fietspaden in een soort mini-Alpe d’Huez. Mannen van middelbare leeftijd, die normaal gesproken al buiten adem raken bij het aantrekken van hun schoenen, wanen zich ineens de opvolger van Mathieu van der Poel.

En fietsen kunnen ze. Tenminste, dat denken ze zelf. Ze schieten links en rechts voorbij voetgangers en automobilisten alsof ze in de finale van een bergetappe zitten. Verkeersregels zijn daarbij slechts vrijblijvende suggesties. Een rood stoplicht? Dat is blijkbaar bedoeld voor gewone stervelingen. Wielrenners zien zo’n licht vermoedelijk als een motiverende uitdaging. Extra punten als je er met vijftig kilometer per uur doorheen weet te schieten.

Maar wat mij nog het meest verbaast, is dat geschreeuw. Niet een beetje praten tijdens het fietsen. Nee, schreeuwen. Hard. Ontzettend hard. HOP-HOP-HOP!, RECHTS!, LINKS!, GAT DICHT! Je schrikt je werkelijk het apezuur wanneer zo’n peloton onverwacht achter je opduikt. Het klinkt alsof er een ontsnapping uit een zwaarbeveiligde inrichting gaande is.

Waarom dat allemaal zo luid moet, blijft voor mij een raadsel. Tegenwoordig bezit iedere wielrenner een fiets ter waarde van een kleine middenklasse auto. Zo’n ding heeft meer elektronica aan boord dan de gemiddelde gezinswoning. Navigatie, vermogensmeter, hartslagmeter, snelheidsmeter, cadansmeter, satellietverbinding met drie continenten tegelijk. Maar blijkbaar is een gehoorapparaat of een simpel oortje nog nét een brug te ver.

Daardoor wordt elke zondagochtendrit een soort openluchtopera voor voorbijgangers. Vogels zwijgen beschaamd wanneer het peloton passeert. Wandelaars duiken verschrikt de berm in. Honden zoeken dekking achter hun baasjes. En dan zijn ze voorbij. De laatste fluorescent gekleurde rug verdwijnt aan de horizon. De rust keert terug. Tot de Tour een nieuwe etappe heeft.

Want zolang er ergens in Frankrijk iemand een berg op fietst, blijven hier in Nederland complete kolonnes rondrijden alsof de gele trui ieder moment kan worden uitgedeeld bij een stoplicht in De Ronde Venen of bij een rotonde in Uithoorn. En eerlijk is eerlijk: het is soms irritant. Maar stiekem ook wel mooi. Want er zijn maar weinig sporten die tienduizenden mensen tegelijk kunnen laten geloven dat ze nog altijd 25 zijn. Zelfs wanneer hun benen daar heel anders over denken.